Help

1 Navigatie en snedes

1.1 Zoom

Gebruik het scrolwiel om in- en uit te zoomen in de richting van de cursor.

1.2 Fit to view

Linkermuisklik buiten de model-doos om de doos volledig in beeld te brengen.

1.3 Draaien

Houd the linkermuisknop ingedrukt tijdens het bewegen van de muis, het model zal draaien rond het rotatiepunt.

1.4 Slepen

Houd de linkermuisknop ingedrukt voor het bewegen van de muis tot de cursor veranderd in de sleep- of sleep/snede cursor.

Buiten de model-doos veranderd de cursor in de sleep cursor, en kan u in elke richting slepen terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt.

Binnen de model-doos veranderd de cursor in de sleep/snede cursor. Om te slepen beweegt u de muis haaks op de richting van de snede-pijlen. Een beweging in de richting van een snede-pijl zal een snede starten (meer over snedes in sectie 1.6).

1.5 kijkpunten

Boven de randen van de model-doos veranderd de cursor in de kijkpunt cursor. Linkermuisklik op het gewenste kijkpunt om te schakelen tussen kijkpunten.

1.6 Snedes

Houd de linkermuisknop ingedrukt op het gewenste snijpunt en start de muisbeweging na dat de cursor is veranderd in de sleep/snede cursor. Beweeg in de richting van de paarse pijlen om een snede te starten. Houd tijdens het snijden de linkermuisknop ingedrukt en laat deze los om te stoppen.

Snijpunten binnen de model-doos:
Snijpunten buiten de model-doos:

1.7 Loop-modus

Klik op het loop-modus commando om de loop-modus te activeren, klik nogmaals om af te sluiten.

Loop-modus bediening voor de muis:

- Gebruik het muiswiel om naar voor en achter te lopen in de richting van de cursor. - Houd de linkermuisknop ingedrukt tijdens het bewegen om rond te kijken. - Houd de linkermuisknop ingedrukt en begin met bewegen na de sleep cursor verschijnt om te slepen.

Loop-modus bediening voor het toetsenbord:

- Gebruik de pijltjestoetsen om naar voren, achter links en rechts te bewegen.


- Page up: Verhoog snelheid
- Page down: Verlaag loopsnelheid, verhoog achteruit snelheid vanuit stilstand.

2 Commando's

2.1 Open bestand

Activeer het open commando om een verkenner te starten. Blader naar de locatie en selecteer één of meerdere modellen en klik 'open' of druk op enter.

2.2 Snel-herladen

Activeer het snel-herladen commando om een ADL bestand aan te maken. De volgende keer dat u het model laad zal Areddo het ADL bestand laden dat tot 20 keer sneller laad. Het is ook mogelijk om direct het ADL bestand te laden of het zonder het bijbehorende IFC bestand te versturen. ADL bestanden kunnen alleen met Areddo bekeken worden.

2.3 Perspectief

Het perspectief commando schakelt tussen een parallel en perspectief beeld van het model.

2.4 Gelaagde wanden

Het gelaagde wanden commando schakelt tussen het weergeven en verbergen van individuele lagen in wanden.

2.5 Clash-weergave

Het clash-weergave commando schakelt tussen normale en clash-weergave. Na de eerste activatie van het commando begint de clash detectie. De voortgang van het proces is weergegeven in de rechter boven hoek. De detectie pauzeert tijdens muisbeweging.

2.6 Isoleer model-doos

Het isoleer model-doos commando past de model-doos om het model.

2.7 Ongedaan maken

Het ongedaan maken commando maakt de laatst uitgevoerde actie ongedaan. Sneltoets voor deze actie: ctrl+z.

2.8 highlights

Het highlights commando schakelt de highlights van objecten onder de cursor aan en uit.

2.9 Toon alles

Het toon alles commando toont al de verborgen items in het model.

2.10 sleep actie

Het sleep commando start een sleep actie. Na de sleep actie schakelt het commando automatisch uit.

2.11 Snij actie

Het snij actie commando start een snij actie. Na de snij actie schakelt het commando automatisch uit.

2.12 Object commando's

Rechtermuisklik op een object om een object commandostrip te activeren. Linkermuisklik op het gewenste commando.

Verberg object:

Het verberg object commando verbergt het actieve object. Gebruik het toon alles commando in de commando strip om verborgen objecten weer te tonen. Of gebruik de – en + toetsen op het toetsenbord. Houd de ctrl- toets voor het openen van het object menu ingedrukt om alle objecten van het geselecteerde type te verwijderen.

Isoleer object:

Het isoleer object commando past de model-doos om het actieve object.

Uitlijnen model-doos:

Het uitlijnen model-doos commando, verdraaid de model-doos in lijn met de oriëntatie van het actieve object.

3 Datavelden en filters

3.1 Datavelden

Klik op het gewenste datatype om de informatie te tonen op het dataveld. Klik op het actieve datatype om het dataveld te sluiten.

3.2 PSet dataveld

Om de eigenschappen van elementen te bekijken, open het Pset dataveld en beweeg de cursor over de objecten in het model. De eigenschappen van de objecten worden live weergegeven in het Pset dataveld.

3.3 Filters

Selecteer de filtervakken in de datavelden om elementen te filteren.

Selecteer het algemene filtervak in de top bar om alle filtervakken in het actieve dataveld aan en uit te schakelen. Wanneer er geen actief dataveld is, is het algemene filtervak op alle datavelden van toepassing.

Wanneer een datatype is gefilterd, verschijnt de filter schakelaar links van de datatype knop. Linkermuisklik op de filterschakelaar om de filter van het bijbehorende dataveld aan en uit te zetten.